
Een van mijn cliënten belt me op een dinsdagavond. Kille stem.
Hij heeft net een controlebericht ontvangen van de FOD Financiën. De brief vermeldt, ik citeer, « uiterlijke tekenen van rijkdom die niet stroken met de aangegeven inkomsten ».
Foto’s van vakantie in Mykonos. Een horloge, je weet wel, datgene dat je « moet » hebben zodra je de veertig voorbij bent, als je de geruchten op de golfclub mag geloven. Een sterrenrestaurant voor de verjaardag van zijn vrouw, want blijkbaar is twintig jaar huwelijk vieren bij Michelin verdacht. Niets illegaals, niets verborgen.
Maar de administratie heeft het bekeken. En wat haar dwarszat: de boot (jaloezie, als je ons zo vasthoudt...).
En ik heb het niet over een stagiair die tussen twee koffies door scrollt. De artikelen 315 en volgende van het WIB 92 (het is logisch, de titel is « Verplichtingen van de belastingplichtige » en wees vooral op je hoede voor het beruchte artikel 333 WIB 92) regelen de onderzoeksbevoegdheden van de fiscus, die alle inlichtingen mag opvragen die zij nodig acht.
Sinds enkele jaren hebben de regionale controlediensten de digitale monitoring systematisch ingevoerd. Openbare Facebookprofielen, open Instagramaccounts, LinkedInpagina’s: alles wat toegankelijk is zonder wachtwoord wordt gebruikt.
Mijn cliënt verdiende goed. Zijn inkomsten waren correct aangegeven.
Na zes maanden van uitwisselingen en een dossier met bewijsstukken zo dik als de gids (Ik spreek over een tijd Die de jongere generaties niet kennen), is het afgesloten zonder gevolg.
Zes maanden. Voor een Rolex en een Griekse zonsondergang... En hij had het geluk alleen te antwoorden op het verzoek om inlichtingen... Helemaal op eigen houtje...
Wees voorzichtig:
Wat je online publiceert is niet « privé ». Het is een etalage. En de fiscus loopt er langs met zijn welbekende en voortdurende « welwillende houding ».
Heb jij al een soortgelijke situatie meegemaakt? Vertel het me!