• FR
  • NL
  • EN

Circulaire 2026/C/41 - Addendum bij de circulaire 2025/C/68 over de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Vennootschapsbelasting publiceerde op 17/03/2026 de Circulaire 2026/C/41 - Addendum bij de circulaire 2025/C/68 over de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen.

Inhoudstafel

I. Inleiding

II. Omrekening van valuta

1. MNO-groepen die voor de presentatie van hun geconsolideerde jaarrekening een andere valuta gebruiken dan die van de betrokken jurisdictie

2. Monetaire drempels

I. Inleiding

1. De mondiale regels ter bestrijding van grondslaguitholling (Pijler 2) van de OESO bevatten geen specifieke bepalingen over de omrekening van bedragen die in de geconsolideerde jaarrekening zijn uitgedrukt in een andere valuta dan de euro wanneer deze bedragen moeten worden getoetst aan de in euro vastgestelde drempels, zoals bepaald in de wet van 19 december 2023 houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen, noch over de wijze waarop de bijheffing moet worden omgerekend wanneer deze is berekend in een andere valuta dan de euro. Dit addendum heeft dus tot doel deze omrekening te verduidelijken, op basis van de geconsolideerde commentaar bij deze regels, zoals gepubliceerd door de OESO in mei 2025.

II. Omrekening van valuta

1. MNO-groepen die voor de presentatie van hun geconsolideerde jaarrekening een andere valuta gebruiken dan die van de betrokken jurisdictie

2. Om de samenhang en consistentie bij de toepassing van de regels inzake de minimumbelasting te waarborgen, moeten groepen van multinationale ondernemingen (MNO-groepen) duidelijke principes naleven bij het omrekenen van valuta.

3. De MNO-groepen moeten hun berekeningen op vlak van de minimumbelasting voor elke betrokken jurisdictie verrichten in de presentatievaluta van hun geconsolideerde jaarrekening. De presentatievaluta van een MNO-groep is de valuta waarin haar geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd. Dit vereiste geldt ongeacht de lokale valuta van de betrokken jurisdictie (1).

(1) Zie in die zin, OECD, 2025, Consolidated Commentary to the Global Anti-Base Erosion Model Rules (Pillar Two), blz. 12, nr. 17.1.

4. Afhankelijk van de boekhoudkundige en consolidatieprocessen binnen een MNO-groep, zullen veel bedragen die nodig zijn voor de berekening van de minimumbelasting al zijn omgerekend naar de presentatievaluta overeenkomstig de goedgekeurde standaard voor financiële verslaglegging die wordt gebruikt voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening. Andere bedragen die relevant zijn voor de berekening van de minimumbelasting zullen niet zijn omgerekend naar de presentatievaluta, hetzij omdat ze niet in die valuta bestaan, hetzij omdat ze voor doeleinden van de minimumbelasting gezamenlijk worden omgerekend na de boekhoudkundige consolidatie (m.a.w., niet op het niveau van de groepsentiteiten). Deze bedragen moeten worden omgerekend naar de presentatievaluta specifiek voor de berekening van de minimumbelasting.
Een MNO-groep moet de bedragen die nodig zijn voor de berekening van de minimumbelasting omrekenen naar de presentatievaluta in overeenstemming met de omrekeningsregels van de goedgekeurde standaard voor financiële verslaglegging die wordt gebruikt voor het opstellen van haar geconsolideerde jaarrekening (bijvoorbeeld, IAS 21 of ASC 830), ongeacht of deze omrekeningen vereist zijn voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening of voor andere boekhoudkundige doeleinden (2).

(2) Zie in die zin, OECD, 2025, Consolidated Commentary to the Global Anti-Base Erosion Model Rules (Pillar Two), blz. 13, nr. 17.2.

5. Zodra het bedrag van de toerekenbare bijheffing (of de gelijkwaardige correctie) van een groepsentiteit bepaald is overeenkomstig hoofdstuk 2 van de OESO-modelvoorschriften, in de presentatievaluta van de geconsolideerde jaarrekening van de MNO-groep, zijn jurisdicties vrij om hun eigen omrekeningsregels toe te passen om de in hun jurisdictie verschuldigde bijheffing om te zetten in de lokale valuta, op voorwaarde dat de gebruikte wisselkoers redelijk en relevant is voor het betreffende verslagjaar. Jurisdicties kunnen kiezen voor elke redelijke omrekeningsmethode, met inbegrip van (maar niet beperkt tot):

a. de gemiddelde wisselkoers voor het verslagjaar
b. de wisselkoers op de laatste dag van het verslagjaar
c. de wisselkoers op de datum waarop de betaling verschuldigd is (3).

(3) Zie in die zin, OECD, 2025, Consolidated Commentary to the Global Anti-Base Erosion Model Rules (Pillar Two), blz. 13, nr. 17.3.

6. Voor de bepaling van de in België verschuldigde bijheffing overeenkomstig de bepalingen van de wet van 19.12.2023, moet de presentatievaluta worden omgerekend tegen de wisselkoers op de laatste dag van het verslagjaar. Deze wisselkoers wordt bepaald op basis van de referentiewisselkoers vastgelegd door de Europese Centrale Bank (ECB). Deze omrekeningsmethode geldt voor alle bijheffingen (binnenlandse bijheffing, IIR-bijheffing en UTPR-bijheffing).

2. Monetaire drempels

7. Een MNO-groep die haar geconsolideerde jaarrekening opstelt in een andere valuta dan die welke in de nationale wetgeving wordt gebruikt, moet de resultaten van deze jaarrekening naar die valuta omrekenen om te bepalen of (en hoe) de MNO-groep in die jurisdictie onderworpen is aan de regels inzake de minimumbelasting. Deze omrekening kan pas worden gemaakt aan het einde van het verslagjaar van de MNO-groep. Niettemin kan een jurisdictie de kans op onzekerheid minimaliseren door ervoor te zorgen dat de methode voor de omrekening van de monetaire drempels de MNO-groepen zekerheid biedt over wat die drempels zullen zijn aan het begin van het betrokken verslagjaar (4).

(4) Zie in die zin, OECD, 2025, Consolidated Commentary to the Global Anti-Base Erosion Model Rules (Pillar Two), blz. 14-15, nr. 20.

8. Om mogelijke verstoringen tot een minimum te beperken en een consistente toepassing van de monetaire drempels in de regels inzake de minimumbelasting te verzekeren, moet de MNO-groep de relevante drempelbedragen omrekenen van haar presentatievaluta naar de valuta die wordt gebruikt in de nationale wetgeving van de implementerende jurisdictie op basis van dezelfde gemiddelde wisselkoers voor de maand december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan de aanvang van het betrokken verslagjaar. De gemiddelde wisselkoers voor de maand december van het voorgaande verslagjaar wordt bepaald als volgt:

a. Indien de binnenlandse drempel is uitgedrukt in euro: de referentiewisselkoersen gepubliceerd door de ECB. Indien de ECB geen referentiewisselkoersen opgeeft voor de lokale valuta van een jurisdictie, wordt de gemiddelde wisselkoers bepaald op basis van de wisselkoers die wordt gepubliceerd door de centrale bank van de implementerende jurisdictie.
b. Indien de binnenlandse drempel is uitgedrukt in een andere valuta dan de euro: de gemiddelde wisselkoers wordt bepaald op basis van de wisselkoers die wordt gepubliceerd door de centrale bank van de implementerende jurisdictie (5).

(5) Zie in die zin, OECD, 2025, Consolidated Commentary to the Global Anti-Base Erosion Model Rules (Pillar Two), blz. 14-15, nr. 20.1.

9. Wanneer het relevante artikel een drempel betreft die verwijst naar voorgaande verslagjaren, wordt de wisselkoers voor de omzetting van de relevante drempel in de lokale valuta voor elk afzonderlijk jaar bepaald op basis van de gemiddelde wisselkoers voor de maand december van het kalenderjaar dat onmiddellijk voorafgaat aan het kalenderjaar waarin dat eerdere verslagjaar aanvangt, en niet op basis van één enkele wisselkoers die op alle betrokken verslagjaren wordt toegepast. Bijvoorbeeld, artikel 5, § 1 W 19.12.2023 bepaalt dat de regels inzake de minimumbelasting van toepassing zijn op groepsentiteiten die deel uitmaken van een MNO-groep met een jaaropbrengst van 750 miljoen euro of hoger in de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit (UPE) in ten minste twee van de vier verslagjaren die onmiddellijk voorafgaan aan het geteste verslagjaar.

Ervan uitgaande dat het geteste verslagjaar 2026 is en de jurisdictie de drempel in lokale valuta uitdrukt, zou voor het bepalen of de jaaropbrengsten van de MNO-groep de drempel hebben overschreden, de jaaropbrengsten van de MNO-groep de drempel moeten overschrijden in twee van de vier jaren op basis van de hieronder beschreven wisselkoersen, in plaats van één enkele wisselkoers toe te passen op alle betrokken verslagjaren:

- Voor het verslagjaar 2022 – 750 miljoen euro omgerekend in de lokale valuta op basis van de gemiddelde wisselkoers voor de maand december 2021, bepaald aan de hand van de referentiewisselkoersen gepubliceerd door de ECB.

- Voor het verslagjaar 2023 – 750 miljoen euro omgerekend in de lokale valuta op basis van de gemiddelde wisselkoers voor de maand december 2022, bepaald aan de hand van de referentiewisselkoersen gepubliceerd door de ECB.

- Voor het verslagjaar 2024 – 750 miljoen euro omgerekend in de lokale valuta op basis van de gemiddelde wisselkoers voor de maand december 2023, bepaald aan de hand van de referentiewisselkoersen gepubliceerd door de ECB.

- Voor het verslagjaar 2025 – 750 miljoen euro omgerekend in de lokale valuta op basis van de gemiddelde wisselkoers voor de maand december 2024, bepaald aan de hand van de referentiewisselkoersen gepubliceerd door de ECB (6).

(6) Zie in die zin, OECD, 2025, Consolidated Commentary to the Global Anti-Base Erosion Model Rules (Pillar Two), blz. 14, nr. 19.2.

10. Er wordt erkend dat dit omrekeningsvereiste tot contra-intuïtieve resultaten kan leiden voor MNO-groepen. Gezien het fundamentele belang dat de monetaire drempels inzake de minimumbelasting consistent worden toegepast in alle implementerende jurisdicties, worden dergelijke resultaten echter aanvaardbaar geacht om MNO-groepen en belastingadministraties rechtszekerheid te bieden bij de toepassing van de regels inzake de minimumbelasting op een betrokken groep voor een verslagjaar (7).

(7) Zie in die zin, OECD, 2025, Consolidated Commentary to the Global Anti-Base Erosion Model Rules (Pillar Two), blz. 15, nr. 20.4.

Mots clés