
Bespreking van art. 4 tot 6 van de wet van 06.02.2024 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat de invoering van de verplichting tot elektronische facturering betreft, gewijzigd door art. 6 van de wet van 10.02.2026 houdende diverse bepalingen inzake belastingen over de toegevoegde waarde.
A. Gestructureerde elektronische factuur
B. Kosten die in aanmerking komen
C. Bedoelde belastingplichtigen
IV. Gecoördineerde teksten van het WIB 92
1. Met de wet van 06.02.2024 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat de invoering van de verplichting tot elektronische facturering betreft (BS 20.02.2024 – Numac: 2024001635) (hierna W 06.02.2024), gewijzigd door de wet van 10.02.2026 houdende diverse bepalingen inzake belasting over de toegevoegde waarde (BS 20.02.2026 – Numac: 2026001291) (hierna W 10.02.2026), voorziet de wetgever in een veralgemeende verplichting om tussen belastingplichtigen gestructureerde elektronische facturen uit te reiken.
2. Om deze verplichting voor eenmanszaken en kleine vennootschappen te vergemakkelijken wordt voorzien in een tijdelijke fiscale ondersteuning in de vorm van een verhoogde kostenaftrek.
3. De verhoogde kostenaftrek van 120 % geldt voor de kosten die worden gemaakt voor factureringspakketten die gestructureerde elektronische facturering mogelijk maken, evenals voor de advieskosten die worden opgelopen in het kader van de operationalisering van de verplichtingen opgenomen in deze wet. Deze maatregel zal gelden van belastbaar tijdperk 2024 tot en met belastbaar tijdperk 2027 (wat betreft de VenB en de BNI/ven. zie deel III. Inwerkingtreding).
4. Art. 4, 1°, W 06.02.2024 stelt een verhoogde kostenaftrek van 120 % in voor de kosten, met uitzondering van deze die bestaan uit afschrijvingen, verbonden aan factureringspakketten voor het opstellen, verzenden en ontvangen van elektronische facturen in een gestructureerde vorm die automatische en elektronische verwerking ervan mogelijk maakt in het kader van de verplichtingen opgelegd overeenkomstig diezelfde wet.
Hiermee worden bedoeld de periodieke abonnementskosten voor de factureringspakketten, evenals de advieskosten die specifiek worden gedaan voor de voorbereiding of operationalisering van de verplichtingen opgenomen in deze wet.
Het betreft uitsluitend de rechtstreekse kosten met betrekking tot het voorbereiden van het voldoen aan de elektronische factureringsverplichtingen waarvoor de onderneming er voor opteert om deze niet te activeren of die niet voor een activering in aanmerking komen.
5. Afschrijvingen komen nooit in aanmerking voor de verhoogde kostenaftrek. Deze uitsluiting is verantwoord door het bestaan van de verhoogde investeringsaftrek aan 20 % voor digitale investeringen op het vlak van facturatie.
6. De verhoogde kostenaftrek zorgt ervoor dat er voor de bedoelde uitgaven gedaan in het kader van de gestructureerde elektronische facturering fiscaal een gelijke behandeling geldt, ongeacht de uitgave de vorm aanneemt van een investering dan wel een zuivere kost.
7. Aangezien het een tijdelijke maatregel betreft, wordt de door art. 4, 1°, W 06.02.2024 ingevoegde bepaling door art. 4, 2°, W 06.02.2024 weer opgeheven vanaf het belastbaar tijdperk 2028 (zie ook deel III. Inwerkingtreding).
8. Het reeds bestaande begrip 'elektronische factuur' verwijst naar een factuur die de in het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna Btw-Wetboek) en de uitvoeringsbesluiten ervan voorgeschreven gegevens bevat en in om het even welke elektronische vorm wordt uitgereikt en ontvangen. Dergelijke facturen hebben bijvoorbeeld het formaat van een PDF of zijn een gestructureerd bericht in XML-formaat.
9. De W 06.02.2024 voegt in het Btw-Wetboek een nieuw en enger factuurbegrip toe, met name de 'gestructureerde elektronische factuur'. De gestructureerde elektronische factuur is een specifieke variant van de elektronische factuur die is opgesteld, verzonden en ontvangen in een gestructureerde elektronische vorm die automatische en elektronische verwerking ervan mogelijk maakt.
Deze engere definitie van de elektronische factuur verwijst niet naar het verzenden van een PDF via een e-mail, maar wel naar het automatisch uitwisselen van informatie tussen de financiële systemen van de verzender en de ontvanger, zonder dat hiertoe nog enige manuele handelingen vereist zijn.
10. De abonnementskosten betaald voor een e-facturatiepakket komen in aanmerking voor de verhoogde kostenaftrek.
11. Wanneer men voor een bestaand softwareabonnement een meerprijs betaalt omwille van de e-facturatie komt die meerprijs in aanmerking voor de verhoogde kostenaftrek op voorwaarde dat die meerprijs uitdrukkelijk en afzonderlijk is vermeld op de factuur.
Een eventuele doorrekening van de meerprijs, ongeacht of dit onverbloemd gebeurt dan wel met een winstopslag of tegen een vast bedrag, geeft bij degene aan wie wordt doorgerekend geen recht op een verhoogde kostenaftrek van 120 %.
12. De nieuwe verhoogde kostenaftrek is van toepassing op advieskosten die gemaakt worden voor de voorbereiding of de operationalisering van het aangeschafte factureringspakket. Dergelijk advies kan onder meer slaan op de vorm waarop de informatie aan het pakket moet worden geleverd of op aanpassingen in de gebruikte programma's om een aansluiting op het bestaande boekhoudprogramma mogelijk te maken.
13. Ander advies, zoals een advies dat slaat op de keuze van het pakket, wordt niet bedoeld in deze wet. Dergelijke kosten komen niet in aanmerking voor de verhoogde kostenaftrek, maar kunnen wel, indien aan de voorwaarden van art. 49, WIB 92 is voldaan, als beroepskost in aanmerking worden genomen.
Voorbeeld 1:
Onderneming A ontvangt advies van onderneming B over de keuze van een factureringspakket. Onderneming B factureert hiervoor 500 euro aan onderneming A. Dit advies van 500 euro valt niet onder de verhoogde kostenaftrek.
Voorbeeld 2:
Onderneming A ontvangt hetzelfde advies van onderneming B, maar onderneming B zal ook mee ondersteunen bij de implementatie van het e-factureringspakket binnen de onderneming A. B factureert nadien alles in 1 factuur, met 500 euro voor het advies over de keuze van het pakket en 1.000 euro voor de ondersteuning bij de implementatie. De verhoogde kostenaftrek is alleen van toepassing op de 1.000 euro voor de ondersteuning bij het pakket en niet op het advies over de keuze van het pakket.
14. De verhoogde kostenaftrek van 120 % is van toepassing op eenmanszaken en op kleine vennootschappen (1).
(1) Kleine vennootschap: enigerlei vennootschap die op grond van artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen als kleine vennootschap wordt aangemerkt of die, wanneer dit artikel 1:24 niet op haar van toepassing is, op overeenkomstige wijze beantwoordt aan de criteria opgenomen in dit artikel 1:24, §§ 1 tot 6.
Voor de belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de VenB of de BNI/ven. wordt de verhoogde kostenaftrek verkregen door in de aangifte 20 % van de bedoelde kosten als een aanpassing in meer van de begintoestand van de reserves op te nemen in het vak 'Reserves, Belastbare gereserveerde winst' via de daarvoor voorziene lijn 'Verhoogde aftrek van de kosten verbonden aan elektronische factureringspakketten' (code 1073).
15. De wettelijke bepalingen die art. 64ter en 194octies, WIB 92 wijzigen treden in werking op 01.01.2024 en zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2025 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 01.01.2024 (2).
(2) Art. 6, tweede lid, W 06.02.2024 zoals gewijzigd door art. 6, W 10.02.2026.
16. Diezelfde bepalingen eindigen vanaf aanslagjaar 2029 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 01.01.2028 (3).
(3) Art. 6, derde lid, W 06.02.2024 zoals gewijzigd door art. 6, W 10.02.2026.
Art. 64ter, WIB 92
Zijn ten belope van 120 % aftrekbaar:
1° de kosten, met uitzondering van deze die bestaan uit afschrijvingen, verbonden aan factureringspakketten voor het opstellen, verzenden en ontvangen van elektronische facturen in een gestructureerde vorm die automatische en elektronische verwerking ervan mogelijk maakt in het kader van de verplichtingen opgelegd overeenkomstig de wet van 6 februari 2024 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat de invoering van de verplichting tot elektronische facturering betreft;
2° de volgende kosten die zijn gedaan of gedragen inzake beveiliging:
a) de abonnementskosten voor de aansluiting op een vergunde alarmcentrale voor het beheer van alarmen afkomstig van systemen geïnstalleerd in onroerende goederen teneinde misdrijven tegen personen of goederen te voorkomen of tegen te gaan;
b) de kosten met betrekking tot het beroep doen op een vergunde bewakingsonderneming voor het verrichten van beveiligd vervoer als bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 7 april 2003 houdende regeling van bepaalde methodes bij het toezicht op en de bescherming bij het vervoer van waarden en betreffende de technische kenmerken van de voertuigen voor waardevervoer;
c) de kosten met betrekking tot het gezamenlijk beroep doen door een groep van ondernemingen op een vergunde bewakingsonderneming voor de uitvoering van bewakingsopdrachten met betrekking tot het toezicht op en bescherming van roerende en onroerende goederen.
3° de kosten die specifiek zijn gedaan of gedragen om het gebruik van het rijwiel of de speed pedelec als bedoeld in artikel 38, § 1, eerste lid, 14°, a, door de personeelsleden voor hun verplaatsingen tussen hun woonplaats en hun plaats van tewerkstelling aan te moedigen in de mate dat deze gedaan of gedragen zijn om:
a) een onroerend goed te verwerven, te bouwen of te verbouwen dat bestemd is voor het stallen van rijwielen of speed pedelecs als bedoeld in artikel 38, § 1, eerste lid, 14°, a, tijdens de werkuren van de personeelsleden of voor het ter beschikking stellen van die personeelsleden van een kleedruimte of sanitair, al dan niet met douches;
b) rijwielen of speed pedelecs als bedoeld in artikel 38, § 1, eerste lid, 14°, a, en hun toebehoren te verwerven, te onderhouden en te herstellen die ter beschikking gesteld worden van de personeelsleden.
Wanneer de in het eerste lid, 3°, bedoelde kosten bestaan uit afschrijvingen van de in het eerste lid, 3°, bedoelde materiële vaste activa, wordt het aftrekbare bedrag per belastbaar tijdperk bekomen door het normale bedrag van de afschrijvingen van dat tijdperk met 20 % te verhogen. De in het eerste lid, 3°, b, bedoelde rijwielen of speed pedelecs als bedoeld in artikel 38, § 1, eerste lid, 14°, a, worden afgeschreven met vaste annuïteiten waarvan het aantal niet minder dan drie mag bedragen.
De afschrijvingen die overeenkomstig het derde lid worden aanvaard boven de aanschaffings- of beleggingswaarde van de in het eerste lid, 3°, bedoelde materiële vaste activa, komen niet in aanmerking voor het bepalen van de latere meerwaarden en minderwaarden op die materiële vaste activa.
Art. 194octies, WIB 92
De artikelen 51, tweede lid, 5° en 64ter, eerste lid, 2° en 3°, tweede en derde lid, zijn niet van toepassing.
Artikel 64ter, eerste lid, 1°, is slechts van toepassing ten name van vennootschappen die als kleine vennootschap worden aangemerkt.
Art. 64ter, WIB 92
Zijn ten belope van 120 % aftrekbaar:
(...)
2° de volgende kosten die zijn gedaan of gedragen inzake beveiliging:
a) de abonnementskosten voor de aansluiting op een vergunde alarmcentrale voor het beheer van alarmen afkomstig van systemen geïnstalleerd in onroerende goederen teneinde misdrijven tegen personen of goederen te voorkomen of tegen te gaan;
b) de kosten met betrekking tot het beroep doen op een vergunde bewakingsonderneming voor het verrichten van beveiligd vervoer als bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 7 april 2003 houdende regeling van bepaalde methodes bij het toezicht op en de bescherming bij het vervoer van waarden en betreffende de technische kenmerken van de voertuigen voor waardevervoer;
c) de kosten met betrekking tot het gezamenlijk beroep doen door een groep van ondernemingen op een vergunde bewakingsonderneming voor de uitvoering van bewakingsopdrachten met betrekking tot het toezicht op en bescherming van roerende en onroerende goederen.
Art. 194octies, WIB 92
De artikelen 51, tweede lid, 5° en 64ter zijn niet van toepassing.
(...)
Interne ref.: 740.906