
De Algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie publiceerde op 24/03/2026 de Circulaire 2026/C/48 betreffende de wet lagere kosten van 19 december 2025.
Administratieve commentaren betreffende de Wet lagere kosten van 19 december 2025.
Inhoudstafel
2. Wijzigingen aangebracht aan het Wetboek diverse rechten en taksen
2.4. Wijziging van artikel 13 WDRT (artikel 6 van de wet)
2.5. Wijziging van artikel 18 WDRT (artikel 9 van de wet)
2.6. Wijziging van artikel 21, 9° WDRT (artikel 10, c) van de wet)
2.7. Wijziging van de artikelen 22 en 23, eerste lid WDRT (artikelen 11 en 12 van de wet)
In het Belgisch Staatsblad van 31 december 2025 werd de Wet lagere kosten van 19 december 2025 gepubliceerd (hierna "wet"), die het Wetboek diverse rechten en taksen (hierna "WDRT") wijzigt.
Deze circulaire geeft alleen commentaar op de wijzigingen die zijn aangebracht aan Boek I van het WDRT.
De wet beoogt een belastingverlaging, namelijk door het opheffen van het recht op geschriften op de akten van gerechtsdeurwaarders en op bankgeschriften. Verschillende artikelen van Boek I zijn aangepast om rekening te houden met deze opheffing.
Ten slotte heeft de wetgever ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om bepaalde artikelen van het WDRT te vereenvoudigen.
Artikel 3 van de wet heft de artikelen 6 en 7 WDRT op, betreffende het recht op geschriften op de akten van gerechtsdeurwaarders. Deze opheffing betreft:
- het recht van 50 euro voor de processen-verbaal van openbare verkoping van lichamelijke roerende voorwerpen, behoudens in het geval bepaald bij artikel 7 (artikel 6 WDRT);
- het recht van 7,5 euro voor de processen-verbaal van openbare verkoping van lichamelijke roerende goederen die voortvloeien uit de gedwongen aflossing van schulden (artikel 7 WDRT).
Artikel 4 van de wet heft Boek I, Titel II, Hoofdstuk III, dat artikel 8 WDRT bevat op, betreffende het recht op geschriften op bankgeschriften. Deze opheffing betreft het recht van 0,15 euro waaraan onderworpen waren:
- de akten van geldlening of van kredietopening toegestaan door banken en de akten houdende schuldverbintenis of schuldbekentenis van geldsommen of pandgeving ten bate van banken, wanneer zij niet anders getarifeerd zijn;
- de al dan niet ondertekende ontvangstbewijzen of andere geschriften welke de banken of de beursvennootschappen aan particulieren afleveren als bewijs van een afgifte of een neerlegging van effecten of stukken; de ontvangstbewijzen van effecten of stukken welke hun door particulieren worden afgeleverd;
- de al dan niet ondertekende afsluitingen en uittreksels uit rekening opgemaakt door de banken en bestemd voor particulieren, met uitsluiting van de opgaven van toestand welke aan de titularis van een rekening ten titel van een eenvoudige inlichting en zonder melding van interesten worden afgeleverd, tussen de data vastgesteld voor de periodieke verzending van rekeninguittreksels;
- de al dan niet ondertekende ontvangstbewijzen of getuigschriften, tot vaststelling van het neerleggen van effecten om een vergadering van aandeel- of obligatiehouders te kunnen bijwonen evenals de ontlastingen verstrekt bij het terugnemen van die effecten.
De opheffing van het recht op geschriften op bankgeschriften vereiste een aanpassing van verschillende bepalingen van het WDRT. Daarvoor zijn de verwijzingen naar bankgeschriften geschrapt en bepaalde bepalingen die zonder voorwerp zijn geworden, zijn opgeheven.
Deze puur technische aanpassingen betreffen:
- Artikel 1 WDRT (artikel 2 van de wet);
- Artikel 11 WDRT (artikel 5 van de wet);
- Artikel 14 WDRT (artikel 7 van de wet);
- Artikel 15 WDRT (artikel 8 van de wet);
- Artikel 21 WDRT (artikel 10, a) en b) van de wet).
Gezien de opheffing van het recht op geschriften op akten opgesteld door gerechtsdeurwaarders en op bankgeschriften en de geleidelijke afschaffing, in de loop van de hervormingen, van de rechten andere dan die welke van toepassing zijn op de akten bedoeld in de artikelen 3 tot 7, is artikel 13 WDRT vereenvoudigd. Deze herformulering wijzigt of beperkt het toepassingsgebied ervan niet.
Artikel 18 WDRT bepaalt dat een akte die op grond van haar bestemming of de hoedanigheid van de persoon aan wie ze wordt afgeleverd, is vrijgesteld, niet voor andere doeleinden of door geen andere personen mag worden aangewend. Bij niet-naleving van deze regel wordt een boete opgelegd gelijk aan twintigmaal het ontdoken recht, zonder dat deze minder dan 25 euro mag bedragen, en benevens de betaling van dit recht.
Artikel 9 van de wet schaft de minimale boete van 25 euro af. De afschaffing van het recht op geschriften van 0,15 euro die op bankgeschriften van toepassing is, maakt dit minimumbedrag zonder voorwerp. Daarom worden de woorden "zonder dat deze minder dan 25 euro mogen bedragen, en benevens de betaling van dit recht" opgeheven.
Artikel 21, 9° WDRT verwees nog steeds naar de notie van een "natuurlijk" kind, dat intussen verouderd is. Deze verwijzing wordt geschrapt door de opheffing van het woord "natuurlijk".
Artikelen 22 en 23, eerste lid WDRT worden geherformuleerd om hun redactie te vereenvoudigen, zonder hun betekenis of draagwijdte te veranderen.
Artikel 126 van de wet van 12 mei 2024 tot digitalisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, de bedrijven, de rechtspersonen en bepaalde derden en tot opheffing van de wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten, wijzigt artikel 11, eerste lid WDRT met een inwerkingtreding uiterlijk op 1 januari 2028.
De wijziging van artikel 11 WDRT door artikel 5 van de wet (supra, nr. 2.3) vereist een aanpassing van artikel 126 van de bovengenoemde wet van 12 mei 2024.
Daarnaast was er een typfoutje in artikel 13 van de wet geslopen, dat werd gewijzigd door het bericht van wijziging gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 16 januari 2026.
De wijzigingen in het WDRT zijn in werking getreden op 10 januari 2026, dat wil zeggen de tiende dag volgend op de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad van de wet lagere kosten van 19 december 2025.